Toen ik zes was, begon ik al met tekenen van stripfiguren en tegen de tijd dat ik dertien was besloot ik, onder de invloed van Matisse, Picasso en andere modernen, om kunstenaar te worden. Na het behalen van mijn kunst academie diploma in 1970, heb ik enkele jaren over de wereld rondgereisd. Dit was een periode van assimilatie. Uiteindelijk heb ik mij gevestigd in Nederland, alwaar ik mijn vrouw ontmoet heb. Zelfs na haar vroegtijdige dood, blijft zij een inspiratiebron voor mij. Ik voel mij niet belemmerd door een bepaalde kleuren theorie, noch door enige wet in de kunst. Toch stel ik vaak mijn eigen regels en beperkingen samen, voordat ik begin met werken. Bijvoorbeeld, mijn palet mag alleen bestaan uit een paar pigmenten, of ik wil mij concentreren op een gedeelte van een canvas en de rest los laten als een enkel kleurvlak. Alleen binnen beperkingen voel ik mij absoluut vrij. Een schilderij begint voor mij op een onbewust niveau. Werkend vanuit mijn fantasie, ontstaat eerst een sequens van lijnen, spatten en gebaarachtige penseelstreken, die het raamwerk vormen, of zoals ik het zelf noem: 'de energie onder het oppervlak'. Na een tijd ontstaan er wat meer herkenbare figuren op het doek. Het onderliggende netwerk schept voor mij een geheimzinnige relatie tussen figuur en achtergrond. Behalve kwasten, bestaat mijn gereedschap uit sponsen, paletmessen, spuitbussen, behangstrijkers, of iets dat geschikt blijkt te zijn om het resultaat te behalen waar ik naar streef. Ik geniet van het gebruik van tegenpolen. Spanningen die ontstaan tussen drukke en rustige vlakken, grote pastel delen die als het ware worden opgeschrikt door intense en heldere kleuraccenten, schilderachtige gedeelten die beklad zijn met tekenachtige lijnen. Ik beschouw mijn werk als een open verhaal; alle elementen van een vertelling zijn aanwezig binnen het schilderij. De toeschouwer mag de elementen rangschikken zoals zij/hij het ziet. Dit wil niet zeggen dat ik zelf geen bedoelingen heb met wat ik doe. Ik ben zeer betrokken bij menselijke situaties, en ik hou mij bezig met dat bijna in onbruik geraakte woord : 'schoonheid'. De kracht van effectieve beeldende kunst is dat het via beelden spreekt en niet via taal. Mijn schilderijen spreken voor zichzelf, en voor een ieder op z'n eigen manier. Door de jaren heen, heb ik een stijl ontwikkeld die nog geen naam heeft, althans niet geplaatst kan worden binnen een bestaande kunststroming. Ik geloof dat ik mijn eigen unieke stijl heb gevonden. Als ik schilder voel ik me gelukkig; maar ik verheug me er ook telkens weer in als ik merk dat mijn werk anderen aanspreekt. Michael Lasoff 1999/2007